Het verhaal van Sjonnie op de stadstribune

Geplaatst op:
Het verhaal van Sjonnie op de stadstribune

In de vakantierubriek ‘toerist in Stad’ duiken we in de rol van dagjesmens. Wat valt er hier te doen? Vandaag: even zitten op de stadstribune.

Na een hele dag de toerist te hebben uitgehangen, besluiten we dat het tijd is om even de benen rust te geven en neer te ploffen op de stadstribune.

En we zijn niet alleen. Tientallen anderen waren ons voor. Het eerste wat opvalt: het lijkt wel alsof heel de wereld bij elkaar komt. Hier, op deze houten trappen, in het midden van het centrum.

We horen namelijk alle talen van de wereld door elkaar heen. Gronings, Engels, Duits. Frans, Italiaans en een taal waarvan wij vermoeden dat het een Aziatische is, maar waarvoor onze talenkennis ons voor de exacte details in de steek laat.

 

We worden belaagd (door beesten)

Binnen twee minuten nadat we zijn gaan zitten, moeten we opeens snel wegduiken. Want we worden belaagd. Niet door iemand, maar door iets: twee losgeslagen zeemeeuwen die hun oog hebben laten vallen op een achtergelaten zak patat.

Alsof ze drie dagen niet hebben gegeten, gaan ze eerst de achtergelaten patat, en vervolgens elkaar, te lijf. Om daarna weg te vliegen en niet meer terug te komen.

De rust is teruggekeerd.

 

Prototype bakbeest

Zittend op de stadstribune heb je vanuit elke ooghoek wel iets te zien. Ons oog valt op een jongedame, leeftijd studente. Niet zozeer vanwege de dame zelf, maar meer vanwege de hond die aan het andere uiteinde van haar meegebrachte hondenriem hangt. Prototype bakbeest. Grote hond. En niet zo’n klein beetje ook.

Lees ook:  De machtige familie van de Gelkingestraat

In de wijken zouden we niet raar opkijken van zoiets, maar midden op de Grote Markt valt het wel op. En uiteraard zakt het bakbeest door de poten, zet het kracht bij, en laat het een dikke bult achter in het midden van de Grote Markt ter grote van de Kardingebult in honden-afmeting. Goed, dat hadden we best kunnen missen.

Maar net als we op het punt staan om een negatieve alinea aan de de jongedame en haar poepende hond te besteden, grijpt ze in haar tas en pakt een plastic zak. Keurig raapt ze de drol op en gooit ze die weg. Dat zie je dus niet vaak. Een unicum  vandaag de dag.

 

Halve liter hoofdpijnpils

Inmiddels schuift er een Groningse man aan en vraagt ons om een sigaret. En natuurlijk krijgt hij die. Zijn uiterlijk is sjovel en de kans dat hij zowel zijn dagen als nachten op straat doorbrengt, lijkt ons tamelijk groot.

Uit zijn binnenzak tovert hij een halve liter geopende hoofdpijnpils tevoorschijn en zet hem aan zijn mond. Hij stelt zich netjes voor. De naam publiceren we niet, maar laten we hem voor nu Sjonnie noemen.

Lees ook:  SuperStadjer-wedstrijd beloont bescheiden vrijwilligers

Zoals dat met types als Sjonnie wel vaker gaat, betekent het weggeven van rookwaar dat je er iets voor terugkrijgt. Een levensverhaal.

Sjonnie vertelt ons hoe zijn leven anders liep dan gepland. Hoe hij zijn problemen hier wou ontvluchten in de Randstad, aldaar op straat terechtkwam, maar uiteindelijk weer terugkeerde naar de Stad. Terug naar Amsterdam wil hij niet meer, want hij wil niet meer gevonden worden. Niet door instanties, niet door bepaalde mensen van toen. Groningen is meer dan zijn verblijfsplaats: het is zijn schuilplek.

Zijn levensverhaal heeft wat weg van een achtbaanrit. Maar alle ellende ten spijt, de verhalen van Sjonnie zijn opvallend positief. Hoe hij nog steeds zijn zieke moeder bezoekt. En dat je op straat niet moet rekenen op veel vriendschappen, maar wel de echte vriendschappen beter leert waarderen.

Aan het einde van het verhaal neemt hij netjes afscheid, loopt hij terug naar zijn fiets (zonder slot) en verdwijnt tussen de toeristen op de markt.

Ongetwijfeld gaat hij op weg naar een nieuw avontuur. Een avontuur om aan de volgende wildvreemde te kunnen vertellen, als hij vandaag of morgen weer een rokertje komt bietsen op de plek waar iedereen tezamen komt – de Stadstribune op de Grote Markt.