Rademarkt, de plek waar vroeger de stadsbeul woonde

Geplaatst op:
Rademarkt, de plek waar vroeger de stadsbeul woonde

In ‘straatnaamverhaal’ gaan we op zoek naar de verhalen achter bekende straatnamen. Hoe komt bijvoorbeeld de Rademarkt aan zijn naam?

Rademarkt. Groot plein binnen de Diepenring. Bekend onder automobilisten als de plek waar je naar toe navigeert om je auto achter te laten in de parkeergarage.

Naast populaire parkeerplek is de Rademarkt een locatie die al snel wordt geassocieerd met de sterke arm van de wet. Want het plein is natuurlijk het hoofdkwartier van onze wetshandhavers, de locatie van het hoofdbureau van de politie in Groningen. De plek van waaruit het blauw vertrekt om de orde te bewaken in een stad waar altijd wel iets gebeurt.

Het maakt de Rademarkt een plek waar je bij voorkeur alleen maar vrijwillig komt. Want een nachtelijk ritje richting de Rademarkt? Dat betekent dat je iets goed fout hebt gedaan. En vroeger was dat ook al zo.

 

De plek van de beul

hoofdbureau politie groningen

Lees ook:  De brede markt die opeens niet zo breed meer was

De traditie van wetshandhaving op de Rademarkt gaat eeuwen terug en gaf de aanleiding voor de naam van het plein. Dat lezen we in de Groningsche Volksalmanak uit 1893, destijds geschreven door stadshistoricus Johan Adriaan Feith.

Wat was het geval? Niet zo ver van deze plek was ooit de Beulsgang: de plek waar de beul van Groningen woonde. Volgens Feith was de Rademarkt in die tijd een strafplaats, waar onder andere een groot rad was opgesteld. Dit rad (de ‘raa’ of ‘rade’) was het instrument waarmee de beul op de meest onsubtiele manier de wetsovertreders van Groningen hun straf oplegde.

In vragende vorm geeft Feith zijn visie op de herkomst van de straatnaam. “Kan de naam dan wellicht ook in verband staan met ‘raa’ of ‘rade’, het rad het werktuig waarop  (…) heimelijke brandstichters, kerkenbrekers, (….) verraders ende hoer boden volgens de bepalingen van het Groninger Stadboek van 1425 door de beul werden geradbraakt?

In de verklaring van Feith verwijst de ‘rade’ dus naar een martelwerktuig. Okay, dus het is geen stukje geschiedenis om heel erg trots op te zijn, maar het waren ook hele andere tijden.

 

De andere verklaring

oosterpoort en herepoort in 1575

Lees ook:  De kans dat de Gerrit Krolbrug openstaat, is vijftig procent

Het verhaal van Feith is, zoals vaak bij dit soort straten, niet de enige. Een iets minder gruwelijk verhaal lezen we namelijk in De Tegenwoordige Staat van Stad en Lande uit 1793 (geschreven door A.J. de Sitter en L. van Bolhuis).

In die tijden bevond de Rademarkt zich nét buiten de oude stadsmuur, vlakbij de toenmalige Oosterpoort (afbeelding, rechtsboven). Goed bereikbaar via het water en daardoor een ideale plek om turf te lossen.

In die tijd kwam turf uit de Ommelanden per schip de stad binnen. Net buiten de stadsmuur werd de turf overgeladen op de turfwagens, die vervolgens de turf bezorgden bij de huizen in Stad. Het geluid van de wielen (het rad) zou wellicht zo kenmerkend zijn geweest, dat uiteindelijk het hele plein er naar werd vernoemd.

Historicus Feith was het trouwens fel oneens met deze uitleg. In de eerder geciteerde volksalmanak bediende hij zichzelf van een redenering waar wij de logica wel van snappen. Want zou het in dat geval niet logischer zijn om de naam ‘Turfwagenmarkt’ te gebruiken in plaats van een ietsiepietsie onderdeel van de wagens te gebruiken?

Nee, Feith houdt voet bij stuk als het gaat om het verhaal van de beul. Een traditie van straf en dwang, die overigens nog eeuwen heeft standgehouden.

 

Want ook na de beul ging hier hier het straffen en opsluiten door

rademarkt groningen

Lees ook:  Zwembad De Papiermolen bevat 4,5 miljoen liter water

Uiteindelijk werd de stadsbeul afgeschaft, maar de functie van de Rademarkt bleef in het teken staan van tucht en handhaving. Vijfhonderd jaar geleden bouwde de Duitse graaf Edzard hier zijn dwangburcht, waar tegenstanders achter slot en grendel gingen.

Toen de Stadjers de graaf terugstuurden naar Oost-Friesland, werd het Sint-Anthoniegasthuis hier opgetogen. Het moest een vredige plek worden, maar al snel vielen de Groningers terug in oude gewoonten.

De eerste jaren was het Sint-Anthoniegasthuis inderdaad in gebruik als armenhuis, maar in latere tijden veranderde dat. Het gebouw werd een plek om slachtoffers van de pest in op te sluiten; later ook de zogenaamde ‘dollen’ (zwakzinnigen, oproerkraaiers, verslaafden en dementerenden).

En de Beulsgang, wat is daar eigenlijk mee gebeurd? Ook dat hebben we uitgezocht. De officiële naam was de ‘Veulsgang’, een straat die vroeger de verbinding vormde tussen de Rademarkt en het verlengde van de Battengang. Uiteindelijk werd de straat in 1971 gesloopt en werd op de plek van de Beulsgang het huidige politiebureau gebouwd. Inderdaad: op exact dezelfde plek als het woonhuis van de middeleeuwse wetshandhaver, stadsbeul Christopher Scharprichter.