Kreupelstraat, waar je vroeger kruipend naar huis kon

Geplaatst op:
Kreupelstraat, waar je vroeger kruipend naar huis kon

In ‘straatnaamverhaal’ gaan we op zoek naar de verhalen achter bekende straatnamen. Deze keer: de oorsprong van de Kreupelstraat.

Kreupelstraat. Drukke doorgangsweg vanaf het centrum naar het noorden van de stad. Waar de bussen af en aan rijden en waar er per uur meer fietsen passeren dan in het landelijke magazijn van Gazelle.

De plek waar je om vier uur ’s nachts nog even snel de flappentap bezoekt en waar stappers met een verdwaalde blik een willekeurige taxi binnenstappen. Waar je bij de gemeente terecht kan om gevonden voorwerpen te droppen of om aangifte kan doen van je pasgeboren zoon of dochter.

Kortom: een straat waar van alles en nog wat gebeurt, al brengt bijna niemand er meer dan een paar minuten achter elkaar door.

pinautomaat abn amro kreupelstraat groningen

 

Maar die straatnaam dan?

En die straatnaam dan? Kreupelstraat. Eigenlijk best een bijzondere naam.

We doen onze ogen dicht en slaan aan het dagdromen.

Want wie zouden toch die kreupelen zijn, naar wie de straat is vernoemd? Zat er soms ooit een middeleeuws ziekenhuis op deze plek? Een gasthuis ? Of verwijst de straatnaam naar de natte stad, die door menigeen wordt verlaten in een toestand waarin kreupel voortbewegen makkelijker is dan normaal lopen?

We zijn benieuwd en slaan de geschiedenisboeken open.

 

Het straatje was vroeger zo smal als wat

Lees ook:  Vijf manieren om toerist te spelen in eigen stad

Op stokoude kaarten van de stad zien we de eerste hint van de oorsprong van de straatnaam. Of, beter gezegd: we zien de hint in wat we niet zien. Want de hele straat, die blijkt schier onzichtbaar op de kaarten van weleer.

Logisch. Honderden jaren geleden was de hele Noordwand volgebouwd met bebouwing die pas in 1945 zou sneuvelen. Statige huizen vormden het straatbeeld, keurig aaneengeschakeld vanaf de huidige afdeling Burgerzaken tot ver voorbij de H&M.

De oudste uitleg van de straatnaam komen we tegen in de werken van de Groninger historicus Gozewinus Acker Stratingh, die in de negentiende eeuw verschillende theorieën beschreef en daaruit zijn conclusie trok.

Stratingh schreef de oorsprong toe aan een verbouwing  door de bisschop van Utrecht.

In het begin van de vijftiende eeuw had de bisschop van Utrecht zijn statige huis op de hoek van de Grote Markt: het Selwerder Huis. Op enig moment besloot de bisschop om een doorgang te maken, die de Grote Markt moest verbinden met het gebied rondom de huidige Prinsentuin.

Het steegje werd gemaakt, maar erg royaal was men niet: de krappe bochten zorgden ervoor dat je er als het ware doorheen moest kruipen. De officiële straatnaam werd de Bisschopstraat, maar onder de Stadjers werd het al snel ‘Kreupelstraatje’ genoemd.

 

Maar we lezen verder

kreupelstraat groningen (2)

De naam ‘Kreupelstraat’ lijkt dus een logische naam, maar de kleurrijke verklaring van Stratingh is niet de enige. Sterker nog: de Groninger geschiedschrijver Johan Adriaan Feith was het er fel mee oneens. Hij maakt de theorie van Stratingh dan ook finaal met de grond gelijk in de Gronische Volksalmanak van 1891.

Volgens de redenatie van Feith is de verklaring voor de Kreupelstraat leuk gevonden, maar historisch gezien onmogelijk. Want de bisschop, zo redeneerde Feith, kwam pas in 1568 in Groningen te wonen. Honderd jaar later. De oudste vermelding van de Bisschopstraat dateerde bovendien van de zestiende eeuw en niet van de vijftiende.

Het verhaal dat de bisschop honderd jaar voor zijn verhuizing naar Stad een steegje liet aanleggen, dat verhaal ging er bij Feith dus niet in.  “De naam Kreupelstraat met kruipen in verband te brengen is meer vindingrijk dan juist“, aldus de Groninger geschiedschrijver.

 

Waar de naam dan vandaan kwam

kreupelstraat en de voet van de martinitoren

Feith beredeneerde dat de naam een verbastering was. Net als de Carolieweg eerst de Kerelsweg heette en de Herestraat ooit vernoemd werd naar het heir (het stadsleger).

Een etymologische evolutie lag volgens hem meer voor de hand. Zo was er op deze plek in 1458 sprake van de Cropelstrate en later de de Kroepelstrate. “Zou de de naam niet in verband kunnen staan met het in 1411 te Groningen bestaan hebbende Kropelgilde?”, aldus de retorische vraagstelling van Feith.

In die tijd was het gebruikelijk om een straatnaam te vernoemen naar iets of iemand in de buurt, dus zo gek klinkt de theorie van Feith niet.

Het bewijs van het bestaan van de gilde vinden we bovendien in een oud, gemeentelijk document. Maar wie ze waren en wat ze deden, dat staat nergens beschreven.

Het is uiteindelijk Feith die zijn theorie beschrijft in de gereviseerde volksalmanak van 1893. In Bremen bestond ooit een pottenbakkersgilde, aan een straat met een vergelijkbare straatnaam.  En daarmee is volgens hem het mysterie opgelost: de Kreupelstraat is niet vernoemd naar voorover gebogen Stadjers, maar naar hardwerkende ambachtslui.

Lees ook:  Op een parkeerplek van één auto passen tien fietsen