Het machtige kasteel in de Ebbingestraat

Geplaatst op:
Het machtige kasteel in de Ebbingestraat

In ‘straatnaamverhaal’ onderzoeken we waar bekende straatnamen vandaan komen. 

Ebbingestraat. Drukke toegangsweg van het centrum. Waar fietsers ’s ochtends rakelings scheren langs lossende vrachtwagens en waar ’s nachts de stappers uit de noordelijke wijken zwalkend naar huis toe lopen.

Groningen op zijn best.

Maar die naam dan? Ebbinge. De naam is zo vertrouwd dat de vraag waar de naam vandaan komt, eigenlijk heel vreemd is. Want zo héét de straat gewoon. Net als de Gelkingestraat de Gelkingestraat heet.

En toch worden we nieuwsgierig. Is het een familienaam wellicht? Een hele oude familienaam? Want als we even logisch redeneren, dan vermoeden we dat een straat die zo dicht tegen de Grote Markt aanzit, waarschijnlijk ook één van de alleroudste straatnamen draagt.

En dus gaan we op onderzoek uit.

Lees ook:  Studentenverenigingen in Groningen, waar kan ik terecht?

 

Inge is Saksisch

Het is stadshistoricus Johan Adriaan Feith die ons in de Groningsche Volkalmanak op weg helpt. In de middeleeuwen werd er regelmatig een straatnaam naar een familie vernoemd, waarbij het goed gebruik was om dan de straatnaam te laten eindigen op ‘inge’.

Feith vatte het kordaat samen. “De afleiding geschiedt hier naar analogie van andere dergelijke straten, de namen van die geslachten, alle op inge eindigende, wijzen op den Saksischen oorsprong der oude bevolking van Groningen.”

Feith’s overtuiging is dan ook rotsvast: de straat is vernoemd naar een destijds bijzondere familie. Een familie die destijds zo rijk moet zijn geweest, dat ze op deze plek een naar zichzelf vernoemd kasteeltje lieten bouwen.

De Ebbinge- en Boteringestraten dragen, als zoovele andere Groninger straten, hare namen naar machtige Groninger geslachten, welke bij den aanleg en ontwikkeling der stad in de 13e en 14e eeuw in het bezit waren van sterke „steenhusen”, soort van vestingen, gelijk men deze in bijna alle oude steden destijds vond.

Een kasteel dus in de Ebbingestraat? Klinkt ons als een mogelijkheid in de oren. In die tijd was het noorden van de stad een weiland met een karrenpad richting het Hoogeland, dus ruimte zat voor een burcht. Mooi verhaal, al is elk historisch bewijs ver te zoeken.

 

Maar wie was die familie dan?

De Ebbinges moeten, zo redeneert Feith, “een aanzienlijk geslacht hier ter stede zijn geweest“.

De historicus onderbouwde zijn stelling met meerdere gevonden oorkondes. In 1245 zou de edelman Dominus Dodo Ebbinge de schout van Groningen zijn geweest, om een jaar later op te duiken in het stadsbestuur.

Tijdens zijn zoektocht stuitte de historicus op verschillende andere synoniemen voor de straat. Ebbedinge-, Ebdinghe-, Ebdincestrate. Zelf hield hij het op een slordigheid van de cartografen.

Op zich plausibel, maar wellicht ook wat kort door de bocht? Die conclusie zou je namelijk kunnen trekken uit ‘De Ontfriesing van Groningen’, waarin schrijver J. Naarding de invloed van de Friese taal op onze stad beschrijft. Daarin lezen we een hele andere verklaring. De straatnaam zou niet Gronings zijn, maar Fries.

De oudste vorm zou ‘Ebbedingastrate’ zijn, ontleend aan het Oudfriese ‘ebbed:’ de abt, oftewel de baas van een abdij. Dit zou de Abdij van Werden zijn kunnen zijn geweest, waar in die tijd meer Fries dan Saksisch werd gesproken.

Heeft de Ebbingestraat een Friese oorsprong? Ondersteunend bewijs voor deze lezing hebben we niet gevonden (en voor de aanwezigheid van een vesting evenmin). We zijn zelf geneigd om het verhaal van Feith te geloven… maar wie het weet, mag het zeggen.

Lees ook:  Kletsnat Stadspark spelbreker KEI-picknick