Het verhaal achter één van de grappigste straatnamen van Groningen

Geplaatst op:
Het verhaal achter één van de grappigste straatnamen van Groningen

 In ‘straatnaamverhaal’ gaan we op zoek naar de verhalen achter bekende straatnamen. Deze keer: de oorsprong van de Kleine Snor.

Kleine Snor. Piepklein straatje vlakbij het provinciehuis. Zo klein, dat de kans bestaat dat je er nooit komt. En dat hoeft ook helemaal niet. Er zit verder namelijk niets. Helemaal niks. Geen horeca, geen winkel, laat staan een barbier.

Dat kan ook niet, want het straatje is piepklein. Ga staan op het midden van de weg, stek je armen uit, en je bent net zo breed als de hele straat.

Maar die straatnaam dan? Die náám… Kleine Snor. Grappig. Altijd goed voor een glimlach.

Maar waar zou die naam toch vandaan komen? Hadden onze voorouders allemaal een minuscuul stukje gezichtsbeharing, te weinig om te spreken van een volwaardige snor, maar toch genoeg om trots op te zijn?

We duiken in de geschiedenisboeken om te achterhalen waarom Groningen een ‘mo’ tot straatnaam promoveert.

 

Er waren vroeger meerdere snorren

En zo ontdekken we dat er in lang vervlogen tijden niet één straat gebaseerd was op een snor, maar meerdere.

In een oud straatnamenboek ontdekken we zelfs een hele rits gelijkende straatnamen: de Kleine Snor, de Groote Snor, (‘Snurre’ in 1598) en ‘gewoon’ De Snor. Van die laatste treffen we er zelfs twee aan: ééntje bij de Ebbingebrug en ééntje aan de noordkant van het Schuitendiep.

Alsof Groningers van toen allemaal bezeten waren van een fijn plukje haar op de bovenlip.

Maar één ding wat ons opvalt: het zijn allemaal ieniemieniestraatjes. Geen grote verbindingswegen waar men destijds met de paardenkoets doorheen kon broezen, maar allemaal veredelde steegjes waar de huizen dicht op elkaar stonden.

Een hint van de oorsprong van de naam?

Het gespin van een kat

Een al lang vergeten betekenis van het Groningse woord ‘snorren’ vinden we in het Woordenboek der Groningsche Volkstaal, in 1895 op papier vastgelegd door schrijver Helmer Molema.

In het oude Gronings stond ‘snorren’ gelijk aan snurken, indirect verwant aan het Nederduitse ‘snarken’ en het Hoogduitse ‘schnorren’. Ook kon het woord ‘snorren’ duiden op het gespin van een kat, vergelijkbaar met een snorrend spinnewiel.

Maar zou deze betekenissen dan ook de straatnaam verklaren? Een zoektocht naar de missing link tussen ronkende Stadjers en deze plek, die hebben we niet gevonden.

Maar het bracht ons wel bij de Groningsche Volksalmanak, waar we uiteindelijk het verlossende antwoord vinden.

 

Een snor was vroeger een vlieg

Lees ook:  5 gekke gewoontes uit Groningen

Stadhistoricus Feith merkte eind negentiende eeuw in de Groningsche Volksalmanak een andere taalkundige verklaring op. In de volksmond stonden vliegen (of neefjes) destijds bekend als ‘snorren’.

Zou dat dan de verklaring zijn?

Waarschijnlijk niet, redeneerde de geschiedschrijver Feith. “Het komt mij voor, dat men dit woord in verband moet brengen , niet met snorren in de beteekenis van vliegen.”

Nee, de straatnaam is volgens Feith het resultaat van een doordenkertje. Een vlieg is klein, het straatje ook. En dat is volgens hem het antwoord. “Zoodat een snor een straatje zou zijn, waardoor men tot bekorting van een langeren weg heen snelt, maar met „snurre*’ in de beteekenis van iets kleins, iets van geringe beteekenis.”

Lees ook:  Zelfs Peter den Oudsten had het naar de zin op deze Pleinborrel