De naam Kattendiep heeft niks met poezen te maken

Geplaatst op:
De naam Kattendiep heeft niks met poezen te maken

In ‘straatnaamverhaal’ gaan we op zoek naar de verhalen achter bekende straatnamen. Deze keer: de oorsprong van het Gedempte Kattendiep.

Het Kattendiep. Lange tijd liep hier een leger aan bouwvakkers om de resten van casino te slopen, maar momenteel is de straat weer teruggegeven aan voetgangers, fietsers en automobilisten. En het is best mooi opgeruimd. De straat oogt ineens heel ruimtelijk en dat zorgt dat de gezellige horecapandjes extra opvallen.

De naam spreekt tot de verbeelding. Kattendiep. Katten. Poezen. Gezelschapsdieren bij uitstek en heersers van de buurt. Want als vissen een eigen markt naar zich vernoemd krijgen, dan mogen de katten van de stad toch zeker ook een straatje naar zich vernoemd zien?

Tenminste… dat zou je denken. Maar de link blijkt niet juist. Met knuffelige poezenbeesten heeft de straatnaam niks te maken.

 

Waar de naam dan wel vandaan komt

In een eerder verhaal spraken vertelden we al over het roemruchte oorlogsverleden van Groningen.

De Stadjers van vroeger bleken echte bikkels, want die lieten zich niet makkelijk verjagen door vijandelijke bezetters. Sterker nog: met hand en tand verdedigden ze zich tegen al het ongenode gespuis wat met enig regelmaat aan de oude stadsmuur rammelde.

En dat deden ze met succes. Door de eeuwen heen is er af en toe eens een bezetter geweest, maar als we de rode draad bekijken, dan was Groningen altijd al een opvallend autonome stad. Een stad met ambitie. De Ommelanden werden door de eeuwen heen beetje bij beetje veroverd, waardoor het gebied van Friesland tot Duitsland onder de invloed van de Groningers kwam.

Lees ook:  Wat er gisteren gebeurde in Kardinge

 

Dodelijke stellages

Uit die tijd stamt de naam van het Kattendiep, zo lezen we in de Groningsche Volksalmanak van 1891. In de buurt van het Kattendiep stonden de ‘katten’ opgesteld, die hielpen in de strijd tegen wannabe-Groningers.

Over wat deze dodelijke stellages precies waren, lopen de meningen uiteen.

In één verklaring lezen we over krijgswerktuigen die op de stadsmuren waren opgesteld: “Den naam ontleenende aan de katten, de verdedigingswerktuigen, welke zich op de stadsmuren bevonden”. Deze katten werden gebruikt om stenen naar de vijand in het veld te werpen. Inderdaad, precies zoals in Return of the King.

In een andere uitleg lezen we over stenen vestingstorens, van waaruit wellicht de aanvallers onder schot genomen konden worden. Moet ook gebeuren.

Het daadwerkelijke ‘diep’ is iets makkelijker te verklaren, maar volledigheidshalve gooien we hem erbij. Een ‘diep’ is in Groningen een waterweg, zoals een vaart of kanaal. In 1260 groeven de fanatieke Groningers hier het water af, waardoor een verbinding ontstond tussen het Schuitendiep en het Zuiderdiep.

Het water zorgde er eeuwenlang voor dat de Drentsche Aa (in het Grunnigs afgekort tot ‘A’) gemakkelijk bereikt kon worden over het water. Dit bleef zo tot de negentiende eeuw, toen het diep werd gedempt – waarmee alle drie de onderdelen van de straatnaam hun oorsprong hebben.

 

Toch een paar katachtigen

De straatnaam is zo’n beetje het enige wat hier tegenwoordig nog verwijst naar het oorlogsverleden. We hebben gezocht, maar van de de befaamde katten van weleer zijn geen sporen meer te vinden.

Althans, geen levende katten. Bij de ingang van de Chinees treffen we wel twee katachtigen, fier overeind. Met hun blik op het zuiden kijken ze uit op alles wat op ze afkomt – eigenlijk net zoals de Groningers van vroeger ooit moeten hebben gedaan.

Van de plek die met hand en tand verdedigd moest worden – de stadsmuur – is hier nog een wel restant te vinden. Op het stukje bij de Kleine Peperstraat zien we nog een paar eeuwenoude bakstenen, het laatste overblijfsel van de oude stadsmuur. De muur is wonderbaarlijk gespaard gebleven bij de casinobrand, en dat mag wel een klein wondertje heten.

Lees ook:  Op zoek naar Stadjers tijdens de KEI