Over de machtige familie van de Gelkingestraat

Geplaatst op:
Over de machtige familie van de Gelkingestraat

In ‘straatnaamverhaal’ zoeken we naar de verhalen achter bekende straatnamen in Groningen. Want hoe komen ze toch aan de naam Gelkingestraat?

Gelkingestraat. Drukke doorgangsweg van Grote Markt naar Zuiderdiep. Zo krap dat tegen het verkeer in fietsen hier schier onmogelijk is. Zo smal dat de stadsbus zich in de ochtendspits geregeld klemrijdt achter een lossende vrachtwagen of de noeste arbeiders van de gemeentelijke schoonmaakdienst.

Ongetwijfeld is de Gelkingestraat één van de oudste straten van Groningen. En als je erover nadenkt, dan heeft de straat eigenlijk best een vreemde naam.

Ga maar na: de omringende straten zijn allemaal vernoemd naar ‘een iets’. De Herestraat is vernoemd naar de ‘heir’ (het stadsleger), de Oosterstraat naar een windrichting, de Burchtstraat naar een burcht en het Zuiderdiep naar een diep in het zuiden.

Maar een Gelkinge? Wie of wat zou dat kunnen wezen? We doken in de geschiedenisboeken en achterhaalden het antwoord.

 

Een machtig geslacht

Zoals wel vaker in deze rubriek is het stadshistoricus Johan Adriaan Feith die in de negentiende eeuw het antwoord aan het papier toevertrouwde.

De Gelkingestraat ontleent haar naam aan het machtige geslacht der Gelkingen, of Gelekingen.” Deze machtige familie drukte in de twaalfde en dertiende eeuw een ferme stempel op de toenmalige twisten in het toen nog kleine stadje Groningen, lezen we in Feith’s Volksalmank.

In die tijd had je de bisschop van Utrecht, die ooit de macht over Villa Cruoninga kreeg overhandigd van de Duitsers. Regeren over Grunn’n deed hij niet zelf, want daarvoor had hij een prefect neergezet: Egbert van Groningen.

Kennelijk was die Egbert niet zo’n heel fijn mannetje. Regelmatig botste hij de Groninger bevolking, terwijl hij zichzelf een koning waande in Kasteel Selwerd. Het zinde de Gelkingers niet, want ze kwamen openlijk in opstand tegen de bisschop en zijn pion.

De jarenlange rebellie van de Gelkingers leidde in 1227 uiteindelijk tot een veldslag in het Overijsselse plekje Ane, waar een bloederige uitkomst een einde maakte aan de overheerser uit de Domstad. In de kronieken van ene Johannes de Beke lezen we dat de bisschop een kopje kleiner werd gemaakt, met dank aan de Gelkingers en een klein legertje Drentse boeren.

 

Dus eigenlijk waren het helden, die Gelkingers.

Na de Slag bij Ane werd Groningen autonoom en konden de Gelkingers hier natuurlijk niet meer stuk. De invloed van de familie werd in de jaren daarna zo groot dat ze niet alleen een straat naar zich vernoemd kregen, maar ook een kluft (de Gelkingekluft).

In de jaren daarna zou de clan nog lang heersen over de grond rondom Groningen, het Gelkingeland. Dat Gelkingeland strekte zich in die tijd uit van de huidige Zeeheldenbuurt tot aan de Hoornseplas en werd bestuurd vanuit het huis van de Gelkingers aan de Grote Markt.

Dat pand zat, naar verluid, op de plek waar nu de Drie Gezusters zit. En daarmee zat het hoofdkwartier praktisch op de hoek met de straat die uiteindelijk in 1387 naar de verlossers van de stad werd vernoemd: de Gelkingers.

Lees ook:  Dit is nou typisch de Oosterparkwijk