‘Groningen is een dorp en in een dorp zijn mensen gelukkig’

Geplaatst op:
‘Groningen is een dorp en in een dorp zijn mensen gelukkig’

Frank den Hollander verhuisde in 1975 als student naar Groningen. En is nooit meer vertrokken. Hij vertelt over zijn band met de stad.

 

Hoe kwam je in Groningen terecht?

“Ik ben geboren en getogen in Zeeland en ging op mijn achttiende op kamers in Groningen. Het gekke is dat ik helemaal niet voor deze stad heb gekozen. Ik ging Engels studeren, werd ingeloot en geplaatst in Groningen. Ik baalde daar toen best wel van. Ik dacht: wat moet je nou in Groningen? Ik was er nog nooit geweest en Groningen had toen nog niet de naam die het nu heeft.”

Wanneer kwam jouw liefde voor Groningen op gang?

“Dat ging eigenlijk heel snel. Ik arriveerde hier een paar dagen voor de KEI-week en had na een paar dagen al het gevoel: het is hier eigenlijk best goed. De eerste dag sliep ik tussen de zwervers in een slaaphuis, maar binnen een dag had ik een kamer gevonden. Ik had een leuke KEI-groep en merkte al snel dat er op het gebied van muziek en cabaret veel te doen is.”

En je studietijd?

“Van mijn studie heb ik een zooitje gemaakt. Uiteindelijk ben ik zelfs zonder diploma gestopt. Maar ik heb alle kansen benut die Groningen me heeft geboden. Ik kreeg vrienden, werd muzikant en heb alle theaters en concertzalen bezocht.”

Dan was er nog dat taaltje, het Groningse dialect. Kon je dat een beetje verstaan?

“In het begin moest ik heel erg nadenken over wat iemand zei, maar gelukkig ging het redelijk snel. Ik kwam in een studentenhuis terecht met allemaal jongens uit de Kanaalstreek. Die kenden elkaar van de middelbare school, dus denk maar niet dat die voor mij opeens Nederlands gingen spreken.”

En toen werd je een bekende Groningstalige zanger.

“Tijdens mijn studie heb ik Peter de Haan leren kennen en zijn we liedjes gaan maken. Peter sprak Gronings en het leek hem leuk als ik ook Gronings ging zingen. In het begin moest ik mijzelf daar doorheen bluffen. Als ik achteraf naar die opnames luister, dan was mijn Gronings eigenlijk vrij slecht. Inmiddels is het een heel stuk beter en praat ik in de kroeg soms spontaan Gronings. Met dank aan Peter, want van hem heb ik de uitspraak geleerd.”

Wat is jouw band met de stad Groningen?

“Mijn band met Groningen is heel erg hecht. Ik woon en werk in de stad en zou nergens anders kunnen wonen. Het is eigenlijk een heel groot dorp waar iedereen elkaar kent. En in dorpen zijn mensen heel gelukkig.”

Wat bevalt je zo?

“Het mooie is dat je alles dicht bij elkaar hebt. Ik heb ook geen auto. Nooit gehad. Waarom zou ik? Ik woon vlakbij mijn werk en kan alles met de fiets doen. Als het echt nodig is dan heb je zo een Greenwheels of een huurauto geregeld, maar voor de rest heb je hier helemaal geen auto nodig. In tien minuten fiets je de weilanden in. Heerlijk.”

In het dagelijks leven werk je in de UB. Herkennen studenten je wel eens als Rooie Rinus?

“Ja, soms vragen ze me of ik het echt ben. En spreken me altijd aan met ‘u’. Die ontmoetingen zijn altijd heel leuk. Onze cd’s staan ook op Spotify en worden zo van studentengeneratie op studentengeneratie overgedragen. Dan ben je toch wel trots, dat na al die jaren de mensen zo’n canon aan liedjes nog steeds kennen.”

Je hebt een hoop liedjes geschreven over Groningen. Welke vat jouw band met de stad het beste samen?

“Dat is Koffie In De Wind, een nostalgisch lied over Groningen. We schreven het voor de afscheidsshow van De Bende van Baflo Bill en de tekst ging over emigreren. Met een enorme snik nemen we in dat lied afscheid van Groningen.

Het publiek snapte die knipoog wel. Het is een cover van Candle In The Wind van Elton John, en dat is natuurlijk een dráák van een nummer. Dus wij dachten: candle in de wind, op de Grote Markt waait het zo hard, dus het werd ‘Koffie in de wind’. Die herkenbaarheid vind ik mooi. Want als je op het terras bij de Kostery zit, waait de koffie zowat uit je kop.”

Ga je ooit weer terug naar Zeeland?

“Ja, over twee weken haha! Mijn zus woont er nog en ik ga elk jaar een keer terug. Maar wonen? Nee, dat nooit meer. Ik heb hier nu mijn gezin, mijn kinderen, al mijn vrienden en mijn favoriete kroeg. Ik zou dat allemaal heel erg gaan missen als ik zou verhuizen.”

 

Lees ook:  Vier studieplekken in Groningen (als de UB vol is)